Rock XXL

Every Time I Die (Kavka, 2016)

7 dec 2016 – Seppe Van Ael – Live reviews

Sinterklaas heeft zijn best gedaan dit jaar. Iedereen was braaf geweest, want zo’n knaller van een show maakt een mens niet elke dag mee.

Een reeds goed gevulde Kavka zag Drug Church het podium betreden rond 19u30. De band drukte meteen zijn stempel en zette de sfeer voor de rest van de avond. Zanger Patrick Kindlon waande zich even een stand-up comedian door een rake verwijzing te doen naar de band Attila en zich voor te doen als zanger van ‘your typical tough guy hardcore act’. Ook deed hij nog om een of andere reden Tom Hanks na. Het paste wel bij de luchtigheid van de show. Deze band heeft duidelijk ervaring, is perfect op elkaar ingespeeld, en het belangrijkste aan dit soort bands is natuurlijk dat de emotie en passie duidelijk in de muziek te horen is, wat hier zéker het geval was. Muzikaal heeft deze band een geweldige flow, en iets wat me vooral opviel, is dat de basgitaar niet bepaald op de achtergrond werd gehouden, zoals bij veel bands wel het geval is. De basgitaar speelde zelfs een vrij grote rol, stond zeer luid in vergelijking met andere shows, en werd echt als een afzonderlijk instrument gebruikt in plaats van als ‘opvulling van de sound’ te klinken. Patrick Kindlons unieke stijl van performen past ook bij deze band, constant wijzend naar onbestaande objecten in de lucht, pratend tegen de onzichtbare zwevende personen rond zich, terwijl hij zijn verhalen vertelt. En die verhalen zijn zelfs niet terug te vinden in de mooiste sprookjesboeken. Het kwam allemaal zeer gemeend over, maar toch zeer luchtig. Een perfecte opwarmer voor het publiek dus, maar ik zou ze graag ook zeker eens als headliner zien komen, zodat ze nog meer van zichzelf kunnen geven. Ze zouden er misschien zelf een ander antwoord op geven, maar op de vraag ‘But Does It Work?’ zal ik toch ‘Yes, it definitely works!’ moeten antwoorden.

’68 staat sinds gisteren voor mij persoonlijk in de top 5 van beste optredens dit jaar. Ze betraden het podium strak in het pak – iets dat later toch een beetje te warm bleek te zijn – als echte rocksterren. En dat is geen onterechte benaming. Zanger en gitarist Josh Scogin kennen we nog van onder andere The Chariot. Daar stond hij al bekend als een fenomenale frontman, en hij is er met de jaren zeker niet slechter op geworden. Het is gewoonweg fenomenaal hoe Scogin en drummer Michael McCellan op elkaar zijn ingespeeld. Ze stonden heel de tijd naar elkaar kijkend op te treden, duidelijk genietend van wat de andere uit zijn mouw schudde. De opstelling van de drum bij McCellan was vrij simplistisch, maar wat hij uit die handen en voeten kan toveren met slechts twee cymbalen, is machtig. Zijn drumwerk in combinatie met Scogins gitaarwerk vol van effecten met de leuze ‘trop is te veel, maar toch kan er nog wat bij als het echt moet’, brengt je haast in een trance. Bij ’68 kan je haast niet verwachten dat de nummers exact hetzelfde gaan klinken als op hun album, gewoon omdat ze zich vrijer kunnen bewegen, omdat ze maar met twee zijn. We hoorden dus best wat uitgerokken versies en improvisatiewerk op sommige momenten, maar hun nummers werden  zo furieus gebracht, dat het publiek zich daar op geen moment iets van aan trok. We kregen ook een gloednieuw nummer te horen, dat perfect in hun eigen stijl past. Een naam of label ga ik er zelfs niet proberen op te plakken, want dat is haast onmogelijk. Het is gewoon steengoede muziek die steengoed gebracht wordt, laat ons het daar op houden. Om iemand uit het publiek te quoten: “Mensen met erectiestoornissen zouden gewoon eens naar deze show moeten komen, en al hun problemen zijn opgelost.”

Het moment was aangebroken om 21u35. Every Time I Die betrad het podium. De eerste woorden van Keith Buckley waren nog niet koud, of er ontstond al een gigantische moshpit. Dat was relatief nieuw voor de avond, na het rustig hoofdschuddend toekijken tijdens Drug Church en ’68. Opeens schoot het publiek wakker, waren er massaal veel stagedives (onder andere van de band zelf) en moshpits, zoals het hoort op een show als deze! Every Time I Die hoefde zich eigenlijk niet meer echt te bewijzen, ze gaan tenslotte al mee sinds 1998, maar ze besloten  Antwerpen toch maar even een veel beter cadeau te geven dan een oude man met een baard en een mijter kan doen. Intens, ruw, maar soms toch ook ‘radio-friendly’ en meezingbaar, ze kunnen het allemaal. Als je al zo lang bestaat als band, is het normaal dat je uit een heel magazijn van songs kan kiezen. Toch koos every Time I Die er voor om vooral hun nieuwe album ‘Low Teens’ aan het publiek te tonen, met onder andere het fantastische ‘The Coin Has A Say’, maar een klassieker als ‘Apocalypse Now And Then’ kon er ook af en toe wel door. Een heel uitgebreide setlist van een muzikaal heel uitgebreide band, beter kon haast niet. Als ik dan toch een klein puntje van kritiek zou mogen geven, is het dat de setlist misschien nét iets te lang duurde voor de mensen die geen die-hard fan waren. De vermoeidheid was op sommige gezichten af te lezen op het einde van de show, maar dat kan natuurlijk ook van de intensiteit van de show zijn geweest. Veel meer dan dat dit gewoon één grote brok intensiteit en passie was, kan over dit optreden niet gezegd worden. Het publiek stond niet stil, Every Time I Die al zeker niet, het was een groot feest. Punt, andere lijn. I’d love to decay with the boys some time again in the future.