Rock XXL

Never Say Die Tour 2017

5 nov 2017 – Seppe Van Ael – Live reviews

Het pittoreske Brugge is gekend om kant, chocolade en bootritjes door nauwe riviertjes. Dit romantisch stadje huist ook het Entrepot, waar gisteren alles net iets minder pittoresk mocht zijn. Geen nauwe bruggetjes en kanaaltjes, maar brede moshpits op een bedje van druipend zweet. Dat het alweer de moeite was, kan best gezegd worden. Wederom was de Never Say Die Tour een succes.

HeartBreakTunes:

http://www.heartbreaktunes.com/

Als Antwerpenaar afreizen naar Brugge lijkt een grote verplaatsing voor ons als Belgen. We mogen echter niet vergeten dat deze artiesten van heel de wereld afgereisd waren naar ons kleine landje om hun stem te laten horen, om zich artistiek uit te drukken op allerlei verschillende manieren. Dat deden alle bands op hun eigen manier gisterenavond in het kleinere en gezellige Entrepot. De zaal mag dan wat kleiner zijn dan de grote zaal van de Trix, die enkele jaren geleden haast uitverkocht was voor deze tour, maar de spirit van de alternatieve muziek leeft nog in België, dat was duidelijk te merken. België mag dan maar een kleine stop zijn voor deze tour, het was alleszins een zeer levendige stop. De tour was nog maar net bezig, dus de bands zaten allen nog vol energie om deze tour met succes voort te zetten.

Dat was meteen te merken aan het Australische Polaris, die elke avond bleken af te wisselen met Lorna Shore en dus deze dag openden. De zaal was al voor de helft gevuld, dus Polaris had niet het gevoel dat ze op een lokale show moeten openen voor het zaalpersoneel en enkele van hun vrienden. Automatisch neigt een band dan meer en meer naar het geven van een stevie performance. Jamie Hails is een goede frontman die veel emotie in zijn stem kan zetten tijdens de show en het publiek dan ook constant aan het opjutten was. Hij was de eerste die aanmaande om allemaal te hurken, hoewel me dat persoonlijk niet de eerste keuze lijkt als opener. Zijn verzoek werd met gemengde gevoelens ontvangen, maar Polaris is dus duidelijk een band die houdt van crowd participation. De flow zat er zeker in, de muziek deed vaak denken aan bands als Architects of Adrian Fitipaldes-era Northlane en ze leken weinig moeite te hebben met het spelen van hun technische riffs. Een goede performance compenseert soms voor enkele steken die Polaris liet vallen. Zo waren de clean vocals van bassist Jake Steinhauser soms wat vals en niet perfect afgesteld, zo leek het. Dit was vooral te merken tijdens het nummer ‘The Remedy’, maar deed zich nog enkele keren tijdens de set voor. De singles van hun nieuwe album, waaronder ook het vooraf genoemde nummer, sloegen echter wel goed aan bij het publiek. De breakdown in ‘The Remedy’ is zeer groovy en hun single ‘Lucid’ een echte meezinger, die naarmate de band bekender wordt zeker veel mensen tot deze band zal aantrekken. Een geslaagde eerste show voor deze band in ons kleine landje.

Als deathcorefanaat keek ik enorm uit naar de komst van Lorna Shore, een band die met een unieke blend van deathcore en black metal het Entrepot net dat tikkeltje duisterder maakte. Ze speelden veel nummers van hun nieuwste plaat ‘Flesh Coffin’, maar het was vooral op het nummer ‘Grimoire’ van hun eerste album dat de eerste grote pits van de avond ontstonden. De duistere vibe die over deze band hangt, wordt gekenmerkt door snelle arpeggio’s die naar hartenlust gecombineerd en afgewisseld worden met loodzware chuggy gitaarriffs. Ook de stem van zanger Tom Barber lijkt perfect voor de combinatie van deze stijlen. Zijn high pitched vocals neigen zeer hard naar die van black metal, maar zijn growls en pig squeals zitten in dezelfde categorie als de grote jongens binnen het deathcoregenre. Zijn stem is uniek, maar tijdens de live performance soms wat monotoner en minder uniek dan op het album. Ook miste de band een bassist, sinds Gary Herrera de band vlak voor het releasen van ‘Flesh Coffin’ verliet. Helaas is niet alles met effecten op te lossen, dus dit was ook wat in hun sound weerspiegeld. Desondanks dit alles gaf Lorna Shore een puike prestatie en kregen ze het publiek voor het eerst echt aan gang. Afsluiten deden ze met ‘FVNERAL MOON’, dat een van de beste lead riffs van hun nieuwe album bevat en een heerlijke solo. Hoewel de snelle riffs niet altijd 100% perfect gespeeld werden doorheen de set, liet de band tijdens dit nummer geen steek vallen en was dit een zalige afsluiter. Het publiek zat alvast in de sfeer voor meer van dat.

Daarna mocht Kublai Khan de zaal nog wat meer opjutten. Nog maar slechts voor de tweede keer in België, dus de band moest zich zeker bewijzen. De vorige keer speelden ze hier met Malevolence, een band die meer bij hun stijl aansluit dan eender wat binnen deze line-up. Rauwe straight to the point, no nonsense hardcore. De band stapte onlangs over naar Rise Records, dat nu niet echt per se bekend staat dit soort bands een contract aan te bieden. Kublai Khan gaf ons echter de essentie van deze stijl, veel two-stepmomenten en een muur van geluid waar de bassen lang bleven doorklinken en prominent aanwezig waren. Hun breakdowns waren uiterst bars, net zoals de band zelf. Ze verkondigden dat ze de real shit waren, maar ze vatten tussen hun nummers door wel samen waarom. Motiverende woorden ontbraken niet, maar een actief publiek helaas wel. Het was pas helemaal op het einde van hun set dat het publiek echt uitbarstte, maar wel harder dan tijdens Lorna Shore. Het duurde spijtig genoeg even om het publiek op gang te krijgen, hoewel me het persoonlijk niet moeilijk leek met nummers als ‘The Hammer’. Wat er aan de hand was, weet ik persoonlijk niet, maar de sfeer ontbrak tijdens deze band nogal ondanks een sterke set en de typische stage presence  van dit soort bands. Misschien pasten ze niet genoeg binnen de line-up? Misschien had het publiek iets technisch hoogstaander verwacht? Wie weet.

Ook een band die nog niet vaak Europa passeerde, is Sworn In. Hun sound is naar mijn mening de meest distinctieve van de avond, zeker in hun latere werk. Hun presence was ook helemaal anders dan de meeste bands. Zanger Tyler Dennen bewoog niet veel en was zeer introvert, maar dat paste wel bij de inhoud van hun teksten en muziek. Het tegenovergestelde gebeurde met het publiek, want tijdens de dissonante downtempo breakdowns ontplofte de zaal. Het dissonante in hun sound was de leidraad van hun show. Het gaf uiting aan de teksten, die veelal gaan om pijn en psychologische problemen. Het gaf ons een inkijk in hoe de songs tot stand waren gekomen, en dat was zo sterk aan de set. Ook wist je direct over wat alles ging door hoe het gebracht werd, en laat dat net zijn waar Sworn In hun doel bereikt. Ze speelden veel songs van hun oudste langspeler ‘The Death Card’, waaronder afsluiter ‘Snake Eyes’ dat een van de meest meezingbare refreinen uit hun oeuvre bevat en destijds een echt statement was binnen de scene. Hun set bevatte ook nummers van hun nieuwe album zoals onder andere ‘Endless Gray’, dat een heel leuke intro heeft die wat naar beatdown neigt en ‘Dread All’, dat een zeer soft refrein weet te combineren met hele heftige strofes. Hun album ‘The Lovers/The Devil’ zagen ze spijtig genoeg wat over het hoofd, aangezien ik persoonlijk wel hoopte op ‘Scissors’. Uit opzoekwerk blijkt echter dat de clean vocals van zanger Tyler niet altijd op punt staan, dus ik snap hun keuze om het nummer uit de set te laten wel. Het publiek had dit waarschijnlijk niet opgemerkt, aangezien de zang niet echt goed stond afgesteld. De muziek overheerste, wat niet per se slecht is, maar de vocals mochten echt wat luider staan. De stijl die Tyler Dennen hanteert werkt ook met verschillende stemvolumes, dus misschien was hier een iets betere audio engineer voor nodig. Desondanks dat wist Sworn In zeker te overtuigen, zowel muzikaal als qua performance.

Na de voor velen onbekende supportbands was het tijd voor het groot geschut. Chelsea Grin was als volgende aan de beurt. Deze deathcoreband is bekend in Europa, en weet hoe ze hun publiek direct met een smile op hun gezicht zet. Openen met oudere nummers is nooit een slecht idee. Iedereen is direct mee, en aangezien hun eerste EP als een statement binnen de deathcorescene wordt bekeken, is het gewoon een binnenkopper om het publiek direct te bekogelen met nummers als ‘Crewcabanger’. Het publiek reageerde furieus, en Chelsea Grin leek ook de eerste band bij wie de sound volledig goed zat. Toch lijken ze de genialiteit van Jason Richardson een beetje te missen, en is hun sound net dat tikkeltje minder interessant zonder de keyboards en de effecten. We hoorden ook haast geen enkel nummer dat in zijn periode was opgenomen. Chelsea Grin is en blijft een deathcoreband die allerhande snufjes niet per se nodig heeft, dus bewijst Alex Koehler met eender welke line-up waarom ze ‘een van de grootmachten’ binnen de scene zijn. Ook drummer Pablo Viveros levert puik werk als backing vocalist. Dit is zeker geen evidentie voor een drummer, dus veel van mijn respect voor deze band gaat naar hem uit. Hits als ‘Broken Bonds’ wisten het publiek serieus aan het dansen te krijgen, waardoor de set de beste was qua sfeer tot dusver. Het enige probleem dat ik zag met de set van Chelsea Grin, is dat ik niet gedurende een lange periode naar de vocals van Alex Koehler kan luisteren zonder me aan te storen. Dit is dan ook veruit mijn enige opmerking over heel hun set, voor de rest leveren ze live altijd puik werk. Spijtig genoeg zakte hun set tegen het einde wat als een pudding in elkaar, omdat ze hun oude hits niet meer als joker konden gebruiken. Enige tijd terug in JH De Klinker deden ze exact het omgekeerde, en dat werkte duidelijk beter dan nu.

Of we Deez Nuts nog moeten voorstellen? In Brugge duidelijk niet. Van het begin tot het einde was er beweging tijdens hun set. Hun muziek en lyricale inhoud roepen gewoon feest op, en eens het publiek mee is, heeft JJ Peters maar enkele woorden nodig om de vaart er een hele set lang in te houden. Deez Nuts blijft een sterk product, want hun nummers zijn nu eenmaal meezingers. Meezingers zorgen voor goede sfeer. Een goede sfeer zorgt voor een leuk optreden. Een kind kan de was doen, dit was gewoon een evidentie voor deze band. Of ze elke avond feesten niet beu geraken? Duidelijk niet, want de band stond vol energie op het podium en leefde zich helemaal uit. Toen er aan het publiek gevraagd werd of ze wat old shit wilden, werd dat met open armen ontvangen. Ze speelden zowaar een medley van allerlei oude nummers als ‘Like There’s No Tomorrow’ en ‘I Hustle Everyday’, wat het publiek extatisch maakte. De microfoon was de helft van de tijd in handen van het publiek, de participatie was enorm. Discussiëren of Deez Nuts al dan niet de makkelijkste formule hanteert om een publiek mee te krijgen en de minst moeilijke muziek speelt ga ik niet doen, maar de sfeer is bij deze genres nu eenmaal een van de sterkste punten. Technisch hoogstaand of niet, Deez Nuts gaf een knaller van formaat. Als ik JJ Peters echter een kleine tip mag geven, is het om beter verstaanbaar te zijn. Dit is de laatste jaren wel erg achteruit gegaan, waardoor zijn boodschap iets minder overkomt dan vroeger. Desondanks dat, een heel mooie set met alle fan favourites die je maar kan bedenken.

Headliner Emmure was geen nieuwkomer op deze tour. Nadat ze nog een van de kleintjes waren in 2010, speelden ze in 2011 als voorlaatste en waren ze in 2013 zelfs headliner van deze tour. De hype rond Emmure ging de laatste jaren wat liggen, maar dat lag aan de albums van die periode die niet bepaald positief ontvangen werden. Nu waren ze helemaal terug, en hoe. Frankie Palmeri is en blijft een frontman die een bepaald aura over zich heeft hangen dat niet te evenaren valt. Dat hij niet makkelijk is om mee samen te werken, bleek eerder toen zijn band hem verliet, maar dat hij het merk ‘Emmure’ belichaamt, is dan ook te merken aan de comeback. Hij vond nieuwe, getalenteerde muzikanten die speelden in progressive metalcoreband Glass Cloud en/of  mathcoreband The Tony Tapdance Extravaganza. Dat deze muzikanten complexere ritmes en structuren aankunnen, was dan ook te merken in de release van ‘Look At Yourself’, hun nieuwe album. Ik had gehoopt op veel nieuw materiaal, maar ze maakten er eerder een set van voor de fans, met nummers als het memorabele ‘I Thought You Met Telly And Turned Me Into Casper’ en afsluiter ‘When Keeping It Real Goes Wrong’, dat al van 2007 dateert. Emmure lijkt zelf goed te beseffen welke albums aanvoelden als filler material en speelde voor de zekerheid grote hits, afgewisseld met hier en daar een nieuwe song. De nieuwe muzikanten voelen zich duidelijk in hun vel, want voornamelijk gitarist Josh Travis wist veel show te verkopen. Misschien is Emmure met deze line-up wel aan hun hoogtepunt, en kunnen we enkel nog maar vingerlikkend toekijken wat de toekomst brengt. Hoewel veel nummers van Emmure een vrij saaie en repetitieve structuur hebben, zit de groove er elke keer opnieuw in. Muziek hoeft niet altijd complex te zijn om fans aan te trekken. Soms moet muziek gewoon dansbaar en bruut zijn, en laat dat net de specialiteit van Emmure zijn.